Verhoging van de wettelijke rente: Hoe beïnvloedt dit uw nalatenschap?
Verhoging van de wettelijke rente: Hoe beïnvloedt dit uw nalatenschap?
Vanaf 1 januari 2024 is de wettelijke rente verhoogd van 6% naar 7% (2% in 2022). In dit artikel beschrijven we enkele gevolgen van deze verhoging voor drie erfrechtelijke situaties.
Op basis van de wet wordt over deze vordering een rente berekend voor zover de wettelijke rente meer bedraagt dan 6%, vanaf het moment van het overlijden van de erflater. De rente is op hetzelfde moment opeisbaar als de vordering en wordt tot dat moment bij de vordering opgeteld.
De vordering werd de afgelopen jaren als renteloos beschouwd, aangezien de wettelijke rente gelijk of lager dan 6% was. Vanaf 1 januari 2024 is de wettelijke rente 7% en wordt vanaf dat moment een rente van 1% bijgeschreven op de vordering. Dit geldt zowel voor nieuwe als voor bestaande onderbedelingsvorderingen.
Indien de erflater vóór de verhoging van de wettelijke rente is overleden, betekent dit dat de onderbedelingsvordering in tegenstelling tot eerdere jaren gaat oprenten. De schuld van de langstlevende aan de kinderen neemt toe, waardoor diens nalatenschap in de toekomst afneemt en dus minder erfbelasting is verschuldigd. Afhankelijk van het eigen vermogen van de langstlevende, kan de verhoging zelfs leiden tot een negatieve nalatenschap. Het aanwezige vermogen moet dan worden aangewend voor de aflossing van de schulden. Er is geen ruimte voor de langstlevende om zelf te kiezen aan wie het vermogen na te laten.
Indien een erflater ná de verhoging van de wettelijke rente komt te overlijden, vindt vanaf het begin een rentebijschrijving op de onderbedelingsvordering plaats.
Met welke rente de vordering oprent, is afhankelijk van de renteclausule in het testament:
Contact
1. Erflater laat echtgenoot en kinderen achter en heeft geen testament opgesteld
In deze situatie is de zogenoemde wettelijke verdeling van toepassing. Bij de wettelijke verdeling gaan alle bezittingen en schulden automatisch naar de langstlevende echtgenoot en verkrijgen de kinderen een onderbedelingsvordering op de langstlevende ter grootte van hun erfdeel. Deze vordering is in beginsel pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder.Op basis van de wet wordt over deze vordering een rente berekend voor zover de wettelijke rente meer bedraagt dan 6%, vanaf het moment van het overlijden van de erflater. De rente is op hetzelfde moment opeisbaar als de vordering en wordt tot dat moment bij de vordering opgeteld.
De vordering werd de afgelopen jaren als renteloos beschouwd, aangezien de wettelijke rente gelijk of lager dan 6% was. Vanaf 1 januari 2024 is de wettelijke rente 7% en wordt vanaf dat moment een rente van 1% bijgeschreven op de vordering. Dit geldt zowel voor nieuwe als voor bestaande onderbedelingsvorderingen.
Indien de erflater vóór de verhoging van de wettelijke rente is overleden, betekent dit dat de onderbedelingsvordering in tegenstelling tot eerdere jaren gaat oprenten. De schuld van de langstlevende aan de kinderen neemt toe, waardoor diens nalatenschap in de toekomst afneemt en dus minder erfbelasting is verschuldigd. Afhankelijk van het eigen vermogen van de langstlevende, kan de verhoging zelfs leiden tot een negatieve nalatenschap. Het aanwezige vermogen moet dan worden aangewend voor de aflossing van de schulden. Er is geen ruimte voor de langstlevende om zelf te kiezen aan wie het vermogen na te laten.
Indien een erflater ná de verhoging van de wettelijke rente komt te overlijden, vindt vanaf het begin een rentebijschrijving op de onderbedelingsvordering plaats.
2. Erflater laat echtgenoot en kinderen achter en heeft wel een testament opgesteld
Als wel een testament is opgemaakt dan kan de erflater aansluiten bij de wettelijke verdeling, maar ook bepalingen opnemen waarin het kind een vordering krijgt die pas opeisbaar is bij overlijden van de langstlevende ouder.Met welke rente de vordering oprent, is afhankelijk van de renteclausule in het testament:
- Indien er wordt verwezen naar de wettelijke rente zijn de gevolgen hetzelfde als bij de wettelijke verdeling zonder testament.
- Indien een afwijkend rentepercentage is opgenomen en/of als tussen erfgenamen schriftelijk afspraken kunnen worden gemaakt over de rente, dan is de gemaakte of te maken afspraak leidend. De wijziging van de wettelijke rente heeft geen effect.
3. Erflater laat echtgenoot en kinderen achter en heeft een van de kinderen in zijn testament onterfd
Het onterfde kind kan een beroep doen op de legitieme portie. Het moment van uitbetaling van de legitieme portie is vaak afhankelijk van het overlijden van de langstlevende ouder. Het kind dat aanspraak maakt op de legitieme portie heeft dus ook een vordering. Deze vordering wordt jaarlijks met de wettelijke rente verhoogd. De rente komt in mindering op het erfdeel dat de overige erfgenamen krijgen.Onderneem actie
Uit bovenstaande blijkt dat de verhoging van de wettelijke rente naar 7% leidt tot oprenting van bepaalde vorderingen zowel in de situatie dat u uw testament nog moet opstellen als dat u langstlevende bent met een overbedelingsschuld.Vragen?
Onze specialisten staan voor u klaar om te beoordelen wat de gevolgen zijn voor uw financiële positie, hoe u daar eventueel op kunt inspelen en om overige vragen te beantwoorden. Mocht u vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.Contact