Te hoge rente op familiehypotheek is niet aftrekbaar
Te hoge rente op familiehypotheek is niet aftrekbaar
Een familiehypotheek is in beginsel geen onwenselijke fiscale constructie. Recent heeft staatssecretaris Van Rij dat nog eens bevestigd. Een van de voorwaarden is wel dat de hoogte van de rente op de eigenwoninglening zakelijk is vastgesteld. Alleen dan is de rente aftrekbaar in box 1. Eind 2023 is een procedure geweest voor de rechtbank Zeeland-West Brabant waaruit duidelijk blijkt op welke manier de hoogte van de rente wordt getoetst.
De belastingplichtige onderbouwt de rente van 7,3% met drie stellingen:
Ook de derde stelling wijst de rechtbank af. Van een verhoogd risicoprofiel was volgens de rechtbank geen sprake vanwege de verhouding van de hoogte van de lening versus de aankoopprijs van de woning (€ 350.000 ten opzichte van € 415.000). Tevens werd hierbij de inkomens- en vermogenspositie van de belastingplichtige en zijn echtgenote in beschouwing genomen.
Het voorgaande leidde ook tot het oordeel dat het niet aannemelijk was dat de belastingplichtige geen lening bij een bank had kunnen krijgen. De door de Belastingdienst als zakelijk aangemerkte rente van 2,75% was volgens de rechtbank redelijk.
Hoogte van de rente
Of de rente zakelijk is, wordt bepaald door een vergelijking te maken met de rente die niet-gelieerde partijen zouden zijn overeengekomen onder verder gelijke omstandigheden en voorwaarden. De vergelijking dient gemaakt te worden op het moment van het verstrekken van de lening. De bewijslast over de zakelijkheid van de overeengekomen rente ligt bij de belastingplichtige, omdat het om een aftrekpost gaat. Uit de procedure voor rechtbank Zeeland-West Brabant blijkt duidelijk op welke manier de Belastingdienst de rente toetst. Ook blijkt dat de belastingplichtige een goede onderbouwing van de rente moet hebben. Alleen stellingen zijn niet voldoende.Voorbeeldcasus
In deze zaak had schoonvader in 2018 een eigenwoninglening verstrekt tegen een rente van 7,3%. De Belastingdienst heeft het standpunt ingenomen dat de overeengekomen rente niet zakelijk is. De rente dient te worden vastgesteld op basis van bancaire tarieven voor hypothecaire geldleningen met vergelijkbare voorwaarden als de afgesloten familielening, verhoogd met een opslag van 0,6% vanwege het – in dit geval- ontbreken van hypothecaire zekerheid. De Belastingdienst heeft de aftrekbare rente van de eigenwoningschuld gecorrigeerd tot 2,75%.De belastingplichtige onderbouwt de rente van 7,3% met drie stellingen:
- De schoonvader heeft in 2018 twee hypothecaire geldleningen aan derden verstrekt tegen een rente van 6%. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat 6% een zakelijke rente was ingeval van particuliere financiering.
- De bank wilde geen hypothecaire lening voor het gewenste bedrag verstrekken, waardoor hij was aangewezen op particuliere financiering.
- Belanghebbende heeft een verhoogd risicoprofiel
Ook de derde stelling wijst de rechtbank af. Van een verhoogd risicoprofiel was volgens de rechtbank geen sprake vanwege de verhouding van de hoogte van de lening versus de aankoopprijs van de woning (€ 350.000 ten opzichte van € 415.000). Tevens werd hierbij de inkomens- en vermogenspositie van de belastingplichtige en zijn echtgenote in beschouwing genomen.
Het voorgaande leidde ook tot het oordeel dat het niet aannemelijk was dat de belastingplichtige geen lening bij een bank had kunnen krijgen. De door de Belastingdienst als zakelijk aangemerkte rente van 2,75% was volgens de rechtbank redelijk.